Goede Vrijdag

Goede Vrijdag

Voorganger:Drs. F. Postema (Krewerd)
Locatie:Stedum
Ouderling:Wilma Bolhuis
Diaken:
Collectes:

Kerkdienst van Goede Vrijdag 2 april 2021


Deze dienst wordt met geluid en beeld via Kerkomroep.nl uitgezonden.

Klik hier voor Kerkomroep GTSTP in nieuw venster of nieuw tabblad


LITURGIE

Op goede vrijdag wordt het lijden en sterven van Jezus Christus herdacht. De liturgie van vandaag heeft het karakter van een wake en is uiterst sober. We vieren deze wake om het lijden en sterven van onze Heer Jezus Christus te gedenken. Naast de lezing van het lijdensverhaal en het zingen, krijgen ook de voorbeden belangrijke aandacht: denkend aan het kruis op Golgotha, worden we ons bewust van alle lijden en dood in deze wereld. Voor en na de dienst is er geen orgelspel. De dienst wordt niet afgesloten met een zegen, maar met het 'Onze Vader'. Op deze manier brengen we tot uitdrukking dat het niet af is, er komt een onmisbaar vervolg.     

 
Onze hulp is de naam van de eeuwige, Die hemel en aarde gemaakt heeft, Die trouw is tot in eeuwigheid, Die de verdrukten recht verschaft, Die de hongerigen brood geeft.
Die woont in de hoede van de allerhoogste God, Overnacht in de schaduw van de almachtige. Bij nacht en ontij heb je niets te vrezen, Hij is een schild, een muur om me heen.
Onze ziekte heeft hij op zich genomen, En onze smarten heeft hij gedragen. Wij echter hielden hem voor een geplaagde, Een door God geslagene, een verdrukte
Maar om onze overtredingen werd hij doorboord, Om onze ongerechtigheden werd hij verbrijzeld, Door zijn striemen is er voor ons genezing.

Luisteren wij naar: Die mij droeg op adelaarsvleugels
         https://www.youtube.com/watch?v=qgc1t9d2TpM
 
Lezing: Exodus 12,21-33
21 Toen riep Mozes de oudsten van Israël bij elkaar. ‘Elke familie moet een lam of een bokje kiezen,’ zei hij, ‘en dat moet worden geslacht als pesachoffer. 22 Laat ieder daarna een bos majoraantakken nemen, die in de schaal met bloed dopen en het bloed aan de bovendorpel en aan de beide deurposten strijken. Ga dan tot de morgen de deur niet uit, 23 want de HEER zal door Egypte heen gaan om het te straffen. Maar ziet hij bij een deur bloed aan de bovendorpel en aan de posten, dan zal hij die deur voorbijgaan, hij zal de doodsengel geen toestemming geven om uw huizen binnen te gaan en u te treffen. 24 Dit voorschrift blijft voor u en uw kinderen voor altijd van kracht. 25 Ook als u eenmaal in het land bent dat de HEER u zal geven, zoals hij heeft beloofd, moet u dit gebruik in ere houden. 26 En als uw kinderen dan vragen: “Wat betekent dit gebruik?” 27 antwoord dan: “Wij brengen de HEER een pesachoffer omdat hij de huizen van de Israëlieten voorbij is gegaan toen hij de Egyptenaren strafte; ons heeft hij gespaard.”’ Toen knielden de Israëlieten en bogen ze zich diep neer, 28 en ze deden wat de HEER aan Mozes en Aäron had bevolen.29 Midden in de nacht doodde de HEER alle eerstgeborenen in Egypte, van de eerstgeborene van de farao, zijn troonopvolger, tot de eerstgeborene van de gevangene, en ook al het eerstgeboren vee. 30 De farao, zijn hovelingen en alle andere Egyptenaren schrokken die nacht wakker, en in heel Egypte klonk een luid gejammer, want er was geen huis waarin geen dode was.
31 Die nacht nog ontbood de farao Mozes en Aäron. ‘Ga onmiddellijk bij mijn volk weg,’ zei hij, ‘u en alle Israëlieten! Ga de HEER maar vereren, zoals u hebt gevraagd. 32 Neem uw schapen, geiten en runderen mee, zoals u gevraagd hebt, en verdwijn! Maar bid dan ook voor mij om zegen.’ 33 De Egyptenaren drongen er bij het volk op aan zo snel mogelijk uit hun land weg te gaan. ‘Anders sterven we allemaal nog!’ zeiden ze.

 
 
Luisteren wij naar: Jezus leven van mijn leven
         https://www.youtube.com/watch?v=qnIjJ4WC3mc
 
Lezing: Johannes 19,1-6a.16-30
1 Toen liet Pilatus Jezus geselen. 2 De soldaten vlochten een kroon van doorntakken, zetten die op zijn hoofd en deden hem een purperen mantel aan. 3 Ze liepen naar hem toe en zeiden: ‘Leve de koning van de Joden!’, en ze sloegen hem in het gezicht. 4 Pilatus liep weer naar buiten en zei: ‘Ik zal hem hierbuiten aan u tonen om u duidelijk te maken dat ik geen enkel bewijs van zijn schuld heb gevonden.’ 5 Daarop kwam Jezus naar buiten, met de doornenkroon op en de purperen mantel aan. ‘Hier is hij, de mens,’ zei Pilatus. 6 Maar toen de hogepriesters en de gerechtsdienaars hem zagen begonnen ze te schreeuwen: ‘Kruisig hem, kruisig hem!’
16 Toen droeg Pilatus hem aan hen over om hem te laten kruisigen. Zij voerden Jezus weg;17 hij droeg zelf het kruis naar de zogeheten Schedelplaats, in het Hebreeuws Golgotha. 18 Daar kruisigden ze hem, met twee anderen, aan weerskanten één, en Jezus in het midden. 19 Pilatus had een inscriptie laten maken die op het kruis bevestigd werd. Er stond op ‘Jezus uit Nazaret, koning van de Joden’. 20 Het stond er in het Hebreeuws, het Latijn en het Grieks, en omdat de plek waar Jezus gekruisigd werd dicht bij de stad lag, werd deze inscriptie door veel Joden gelezen. 21 De hogepriesters van de Joden zeiden tegen Pilatus: ‘U moet niet “koning van de Joden” schrijven, maar “Deze man heeft beweerd: Ik ben de koning van de Joden”.’ 22 ‘Wat ik geschreven heb, dat heb ik geschreven,’ was het antwoord van Pilatus. 23 Nadat ze Jezus gekruisigd hadden, verdeelden de soldaten zijn kleren in vieren, voor iedere soldaat een deel. Maar zijn onderkleed was in één stuk geweven, van boven tot beneden. 24 Ze zeiden tegen elkaar: ‘Laten we het niet scheuren, maar laten we loten wie het hebben mag.’ Zo ging in vervulling wat de Schrift zegt: ‘Ze verdeelden mijn kleren onder elkaar en wierpen het lot om mijn gewaad.’ Dat is wat de soldaten deden. 25 Bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder met haar zuster, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria uit Magdala. 26 Toen Jezus zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling van wie hij veel hield, zei hij tegen zijn moeder: ‘Dat is uw zoon,’ 27 en daarna tegen de leerling: ‘Dat is je moeder.’ Vanaf dat moment nam die leerling haar bij zich in huis. 28 Toen wist Jezus dat alles was volbracht, en om de Schrift geheel in vervulling te laten gaan zei hij: ‘Ik heb dorst.’ 29 Er stond daar een vat zure wijn; ze staken er een majoraantak met een spons in en brachten die naar zijn mond. 30 Nadat Jezus ervan gedronken had zei hij: ‘Het is volbracht.’ Hij boog zijn hoofd en gaf de geest.
 
Stilte

Luisteren wij naar: ‘Aus Liebe…’ Aria (58) uit de Mattheus Passion van Johan Sebastiaan Bach.
        https://www.youtube.com/watch?v=NNmLNK_c7oc


 
Aus Liebe will mein Heiland sterben, Uit liefde wil mijn verlosser sterven,
Von einer Sünde weiß er nichts. hij heeft geen zonden begaan.
Daß das ewige Verderben Opdat het eeuwige verderf
Und die Strafe des Gerichts en de straf van het laatste oordeel
Nicht auf meiner Seele bliebe. van mijn ziel wordt weggenomen.
           
 
Zoals de zeven stiltes klinken in de aria van Bach, zo klinken vanavond de zeven ‘ik ben…’ woorden uit het Johannes evangelie.
 
Zevenarmige kandelaar: na elke tekst wordt een kaars aan de jaarkaars aangestoken.
 
Ik ben het brood des levens’ (Joh. 6:35)
 
‘Ik ben het licht van de wereld’ (Joh. 8:12)
 
‘Ik ben de deur der schapen’ (Joh. 10:7)
 
‘Ik ben de goede herder’ (Joh. 10:11)
 
‘Ik ben de opstanding en het leven’ (Joh. 11:25)
 
‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’ (Joh. 14:6)
 
‘Ik ben de ware wijnstok’ (Joh. 15:1)
 
Stilte

 
 Zegen het ochtendlicht; Zegen uw zien en gaan; Zegen de dag ze doet; Zegen u aan; Zegen het vogeluur; Zegen de zang gehoord; Zegen die naar u hoort; Zegen het woord; Zegen de waterdoop; Zegen het warme brood;
Zegen dit dagbegin; Zegen het groot; Zegen de middagstad; Zegen die om u doen; Zegen uw lief nabij; Zegen de zoen; Zegen uw liefdepad; Zegen die u daar draagt; Zegen de zware vraag; Zegen die vraagt; Zegen de hittelast; Zegen het stille uur; Zegen hoe zeer het doet;
Zegen het vuur; Zegen de zon die daalt; Zegen uw avondmaal; Zegen die in u zingt; Zegen de taal; Zegen die met u zijn; Zegen met wie ge zijt; Zegen dit laatste uur; Zegen de tijd; Zegen de stervensdag; Zegen de liefdesnacht; Zegen de dag zoveel; Zegen gebracht;
 
Stilte
 
Wij doven de Paaskaars. Tijdens deze stilte wordt de grote jaarkaars uitgedragen.
 
Luisteren wij naar: Adele: Make you feel my love…
              https://www.youtube.com/watch?v=FcaS_zepun0
    When the rain Is blowing in your face
    And the whole world Is on your case
    I could offer you A warm embrace
    To make you feel my love

    When the evening shadows And the stars appear
    And there is no one there To dry your tears
    I could hold you For a million years
    To make you feel my love

    I know you Haven't made Your mind up yet
    But I would never Do you wrong I've known it
    From the moment That we met No doubt in my mind
    Where you belong

    I'd go hungry I'd go black and blue I'd go crawling
    Down the avenue No, there's nothing That I wouldn't do
    To make you feel my love
    
    The storms are raging On the rolling sea And on the highway of regret
    Though winds of change Are throwing wild and free You ain't seen nothing
    Like me yet

    I could make you happy Make your dreams come true
    Nothing that I wouldn't do Go to the ends Of the Earth for you
    To make you feel my love
 
Het nu volgend deel van onze liturgie is één groot kyriëgebed.
Wij vallen terug op woorden die ons door en vanuit de geschiedenis van de gemeenschap der heiligen worden aangereikt. Heel ons leven en heel onze wereld komt in dit gebed naar voren.
God van de schepping, van de grond onder onze voeten en het dak boven ons hoofd, van de feestdag in het vooruitzicht;
God van Abraham, Izaäk en Jacob, van het licht in onze ogen, van Sara, Rebekka, Lea en Rachel, God van mensen die geloven zonder te zien, van mensen die zomaar op weg gaan naar een land van belofte;
God van de profeten, Van vervolgden en verdrukten, van gevangenen en gemartelden, van vreemdelingen in ons midden, en van wie anders zijn dan anderen;
God van de verworpenen der aarde, van pijn om ons onrecht, van woede om onze pijnen, van blijvende liefde en vergezichten van vrede;
God van de gelovigen en van ongelovigen, van hen die wij liefhebben en van hen die wij voorbijgaan, van hen die dicht bij ons staan, en van hen die ons vreemd zijn;
God van onze ouders en van ons voorgeslacht, God van onze kinderen en van allen die na ons komen, God van alle tijden, God van deze tijd;
Om gerechtigheid op deze aarde, Zelf
Om licht in elke duisternis, om vrede voor alle volkeren, om kracht in alle zwakheid, om verzoening tussen de mensen, om uitzicht voor wie wanhopig zijn, om bevrijding voor verdrukten; om inzicht voor wie in verwarring verkeren;
Om wijsheid voor wie ons regeren, om eenheid voor wie U belijden, om eerlijkheid voor wie ons, vertegenwoordigen,
Om geestkracht voor U getuigen, om bereidheid voorrang te geven, om bemoediging vooral aan hen die achtergesteld zijn; die vervolgd worden omwille van Uw rijk;
Eeuwige ontferm U, houd ons vast, blijf aanwezig, schud ons wakker, maak ons levend, want U bent onze hoop, U alleen, voor nu en altijd, door Jezus Christus Uw paasmens. ...

 
Stilte
 
Zingen: Lied 590
         https://www.youtube.com/watch?v=9Zr63JGSgm8

    1.Nu valt de nacht. Het is volbracht:
    De Heer heeft heel zijn leven
    Voor het menselijk geslacht
    In Gods hand gegeven.
 
    2.De wereld gaf
    Hem slechts een graf,
    Zijn wonen was Hem zwerven;
    Al zijn onschuld werd Hem straf
    En zijn leven sterven.
 
    3.Hoe slaapt Gij nu,
    Die men zo ruw
    Aan 't kruishout heeft gehangen.
    Starre rotsen houden U,
    Rots des heils, gevangen.
 
    5.Hoe wonderlijk,
    Uitzonderlijk
    Een sabbat is gekomen:
    Eens voor al heeft Hij het juk
    Van ons afgenomen.
 
In de liturgie van de kerk is het nu donker geworden. Het licht der wereld is uitgedoofd, vermoord aan een kruis, wij houden de adem in. Dat is dan ook de reden dat er in deze dienst geen preek gehouden wordt, het Bijbelwoord is in zichzelf genoeg en bij de dood is ieder menselijk woord te veel.
Na het gezamenlijk bidden van het 'onze Vader' gaan wij in stilte uiteen.

 
Onze Vader in de hemel,
laat uw naam geheiligd worden,
laat uw koninkrijk komen
en uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel.
Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij hebben vergeven wie ons iets schuldig was.
En breng ons niet in beproeving,
maar red ons uit de greep van het kwaad.